Onderbouwing

Research the unconsciousness

Het begrip ‘Belevingspsychologie’ is nieuw, maar rust op de oude wortels van drie vooraanstaande psychologen A. Adler, C.G. Jung en C. Rogers. Vanuit myHBMresearch worden hun inzichten als basis gebruikt voor verdere ontwikkeling en vernieuwing van de werking van het onbewuste en haar invloed op het gedrag van mensen. We geven een kort overzicht van de drie psychologen en daaronder een beschouwing van de hedendaagse ontwikkelingen.

Alfred Adler

    De eerste basis van de belevingspsychologie werd gelegd door Adler, een Oostenrijks psycholoog en psychiater die geboren werd in wenen op 7 februari 1870 en overleed op 28 mei 1937 op de leeftijd van 67 jaar. Met zijn idee van het machtsstreven. Daarin sprak hij over minderwaardigheid als bepalend element voor het streven naar macht. Hij heeft dit verder uitgewerkt in diverse boeken waarbij specifiek de ontwikkeling van het kind zijn aandacht heeft.

    centrum-voor-belevingspsychologie-alfred-adler

    Alfred Adler

    Adler was evenals Carl Gustav Jung een tijdgenoot van Sigmund Freud. Naast Freud en Jung geldt Adler als de derde stamvader van de Psychoanalyse. Tweede overeenkomst met Jung is dat ook Adler na enige jaren samenwerking brak met de leer van Freud. Hij deed dat zelfs nog een jaar eerder dan Jung, namelijk in 1911. Daarna stichtte hij zijn eigen leerschool, die van de Individualpsychologie of de individuele psychologie, de vlag waar ook Jung zich onder schaarde.
    Als psychoanalyticus onderzocht Adler processen in het bewuste en het onbewuste die de persoonlijkheid zouden vormen en beheersen. Hij ontwikkelde het begrip minderwaardigheidscomplex, inhoudend sterke gevoelens van minderwaardigheid en onzekerheid voortkomend uit reële of ingebeelde tekorten, veelal stammend uit de vroege jeugd. Ook geloofde hij dat de sterkste menselijke drijfveer het verlangen naar meerderwaardigheid is.

    Het jonge kind

    Alfred Adler onderscheidde twee negatieve soorten opvoeding:
    Teveel aandacht is de voornaamste oorzaak van gevoelens van afhankelijkheid. Ouders die vinden dat hun kinderen nooit mogen huilen of van streek mogen zijn maken ze niet weerbaar. Deze kinderen zullen later niet goed in staat zijn om voor zichzelf op te komen.Verwaarlozing: zonder regels en liefde wordt het kind, volgens Adler, koud en argwanend. Ze kunnen geen liefde geven en ontvangen. Regels, liefde en respect vormen de basis voor een gezonde ontwikkeling.
    Adler is de geestelijke vader van een aantal begrippen die nu nog in ons taalgebruik verankerd zijn, zoals het minderwaardigheidscomplex. Ook al is er sprake van een positieve opvoeding, toch kan het kind zich minderwaardig voelen. Iemand kan een spraakgebrek hebben of een andere handicap, in armoede belanden enz. Volgens Adler zal iedereen die zich in een achterstandspositie bevindt, proberen om deze weg te werken. Een dergelijk streven om een als minder ervaren situatie om te zetten in een meerwaarde, noemt hij het compensatiestreven. Wanneer dit streven extreme vormen begint aan te nemen, spreekt hij van overcompensatie.

    Centrale leer

    De term het creatieve zelf noemt men het kroonjuweel van Alfred Adler. De mens wordt geboren met een aantal kenmerken: man/ vrouw, arm/rijk, vrede/oorlog. Ook ras en godsdienst zijn bepalend voor wie je bent. Adler noemt ze de kaarten die het leven jou gegeven heeft. ‘Maar’, zegt hij,‘je kunt zelf bepalen, hoe je met deze gegevenheden omgaat. Je bent het product van je ervaringen en je kunt zelf je persoonlijkheid vormgeven.’
    Ook is, volgens hem, de plaats in het gezin, bepalend voor de persoonlijkheid. De eerstgeborene krijgt teveel aandacht en dreigt verwend te worden. Het middelste kind zal proberen nummer één van de troon te verdrijven. Het derde kind krijgt te weinig zorg en aandacht en loopt de kans een minderwaardigheidscomplex te krijgen.
    Een ander belangrijke theorie van Adler is dat elk menselijk gedrag doelgericht is en de betekenis van iemands gedrag alleen maar kan worden begrepen als de doelen van de betreffende persoon bekend zijn. Het gezichtspunt dat gedrag wordt bepaald door doelen is de basis voor therapie en rehabilitatie. Het geeft mogelijkheid voor verandering: men kan de geschiedenis niet veranderen, maar men kan wel iemands bedoelingen veranderen.
    Bovenal, vindt Adler, is de mens een sociaal wezen. Menselijke gedragingen kunnen alleen maar ten volle worden begrepen vanuit hun sociale betekenis. Het is deze sociale aard van de mens die de basis vormt voor “de behoefte erbij te horen”. Dit wordt door Adler het Gemeinschaftsgefühl genoemd.

    Levensloop

    Alfred was het derde van zeven kinderen van Hongaars-Joodse ouders. In 1904 zou hij overgaan tot het protestantisme. Vanaf zijn geboorte was hij ziekelijk. Als klein kind kreeg hij Rachitis (Engelse ziekte) wat leidde tot verzwakking van zijn beendergestel.Toen hij 5 jaar oud was, overleed hij bijna aan een longontsteking. In de loop van de jaren ontwikkelde hij een sterke wil om zijn lichamelijke zwaktes te overwinnen en besloot om arts te worden. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Wenen, waar ook Freud gestudeerd had. Adler had daar veel Socialistische vrienden. Zo ontmoette hij ook zijn latere echtgenote,Raissa Timofeyewna Epstein, , een sociaal-activiste afkomstig uit Rusland. Zij trouwden in 1897 en kregen 4 kinderen, van wie er twee eveneens psychiater werden.

    Tijdens en na zijn medische studie bestudeerde Adler de mogelijkheden van het lichaam om tekorten te compenseren. Hij zag een verband tussen vastgestelde lichamelijke klachten en de (mogelijke) psychologische gevolgen daarvan. Het artikel dat hij daarover in 1907 publiceerde, trok de aandacht van Sigmund Freud. Adler sloot zich aan bij de psychoanalytische groep van Freud, maar al spoedig ontwikkelde hij eigen ideeën over de aard van de menselijke motivatie en het menselijk gedrag. Ideeën die sterk verschilden van Freuds inzichten.

    In 1911 verliet hij de groep van Freud en verdiepte hij zijn denkrichting, die hij Individualpsychologie noemde. Tegen 1920 had Adler zijn gedachtegoed systematisch uitgewerkt en praktische toepassingen geformuleerd die mensen uit alle lagen van de bevolking tot steun waren. Hij stond in hoog aanzien als psychiater en kindertherapeut. Tot zijn dood in 1937 ging hij door met het ontwikkelen van zijn theorie en het uitbreiden van zijn professionele invloed.

Carl Gustav Jung

    De tweede basis onder de belevingspsychologie werd gelegd door Carl Gustav Jung, geboren 26 Juli 1875 en overleden op 6 Juni 1961.
    De ACT® meting is gebaseerd op zijn bijdrage over schaduw en collectief onbewuste en de daarmee samenhangende Archetypische symbolen. De meting spreekt over Symchetypische beelden omdat Archetypische beelden collectief zijn en Symchetypische beelden (een naam die ACT® er aan gegeven heeft) tot het persoonlijke onbewuste behoren.

    centrum-voor-belevingspsychologie-carl-gustav-jung

    Collectief onbewuste en Archetypen

    Hij was van mening dat het wezen van de persoonlijkheid behalve door het persoonlijk bewustzijn ook, en grotendeels, gevormd wordt door wat hij het collectief noemde, een als het ware epigenetisch (omkeerbare erfelijke veranderingen) overgeërfd deel van het onbewuste; een psychisch gebied, dat volgens zijn leer door alle vertegenwoordigers van een ras of soort wordt gedeeld. Hiervan uitgaande ontwikkelde Jung de leer van de Archetypen. Deze archetypen, begrippen zoals de schaduw, de eeuwige jongeling, de boze geest, de held enzovoorts, zijn als het ware overgeleverde, functionele oerdrijfveren of ‘ervaringsmodaliteiten’, die de persoonlijkheid van de mens structureren. Archetypen zijn mogelijkheden of neigingen om ons op een bepaalde manier te ontwikkelen. Zij drukken zich uit in beelden die veelvuldig te vinden zijn in onze dromen, maar evenzeer in sprookjes en mythen, en vormen het ervaringsmateriaal van elke religie.

    Jung lanceerde ook de opvatting dat archetypen aan de basis liggen van culturele ontwikkeling, op verschillende van elkaar gescheiden plaatsen in de wereld. Bepaalde overeenkomstige denkwijzen en denkbeelden zouden dus niet noodzakelijk alleen met fysische afstamming of volksverhuizing te maken hebben.

    Individuatie
    Het centrale doel van Jungs psychologie is het proces van de zelfverwezenlijking of individuatie. Naast het ‘ik’ of ‘ego’ onderkent Jung het zelf: een totaliteit om het ‘ik’ heen die zowel het bewuste als het onbewuste deel van de persoonlijkheid omvat. Dit onbewuste deel, het persoonlijk onbewuste dus, staat in contact met de dieperliggende laag van het, waarvan het persoonlijk onbewuste in wezen een verbijzondering, dus als het ware een bovenlaag is. Het collectief onbewuste is in principe onbegrensd, en de alleronderste lagen ervan zijn zelfs nooit bewust te maken. De realisatie van het zelf is een proces dat gekenmerkt wordt door de vereniging van tegenstellingen in de mens, zoals goed en kwaad, licht en schaduw, binnen en buiten.

    Typologie
    Jung is wellicht nog het meest bekend geworden door zijn typologie. In zijn boek Psychologische typen uit 1921 werkte hij vier basistypen van de menselijke persoonlijkheid uit. Hij stelde daarbij contrasterende functies tegenover elkaar: denken en voelen, perceptie (waarneming) en Intuïtie, waarbij elke functie als het ware de pool is van een cirkel, die het zelf symboliseert. Eén van die polen is bij elk basistype dominant, ze is onze ‘superieure functie’. Een bijkomende, belangrijke factor is of de psyche naar binnen (introvert)) of naar buiten (extravert)) is gericht.

    Analytische psychologie
    Jungs systeem is zo veelomvattend, dat jaren van studie nodig zijn om de door hem ontwikkelde analytische therapie toepassen. Hij baseerde zijn leringen op zowel ervaringen in zijn klinische praktijk als op de mythologie, de godsdienstpsychologie en zijn kennis van het symbolische (vergelijkend symbolisme waar Verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal werden gesteld). Om inhouden van het collectief onbewuste op het spoor te komen, verdiepte hij zich onder andere jarenlang in de symbolische wereld van het visionaire en alchemisten. De beelden daarvan kon hij soms terugvinden in de visioenen van zijn patiënten. Zijn werk wordt, evenals dat van Freud, gekenmerkt door een groot aantal nieuwe concepten en principes, zoals het begrip synchroniciteit, introvert, extravert etc..

    Levensloop

    Vanaf 1900 werkte Jung als psychiater in de Burghölzli-kliniek bij Zürich, die onder directie stond van Eugen Bleuler. Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw was Burghölzli een toonaangevend centrum in de Europese psychiatrie. Hier hield hij zich onder meer bezig met de psychologische kant van dementia Praecox (later schizofrenie genoemd) en ontwikkelde hij een aantal associatietesten. In 1903 studeerde hij een half jaar in Parijs en nam Jung in 1909 ontslag, uit ergernis over de antifreudiaanse houding van het instituut. Jung legde zich nu meer toe op zijn psychoanalytische benadering, en vestigde zich als zelfstandig psychiater. Zijn reputatie groeide zodanig, dat hij vele beroemde patiënten uit binnen- en buitenland kon ontvangen, onder wie de schrijver Hermann Hesse.

    Na de samenwerking met Freud begon voor Jung een periode van heroriëntatie; in 1913 gaf hij zijn docentschap aan de Universiteit van Zürich eraan, waar hij vanaf 1905 werkzaam was geweest. Hij concentreerde zich op zijn eigen praktijk, onderzoekingen en publicaties; daarnaast maakte hij vanaf 1920 enkele lange reizen, onder meer naar Azië, Midden-Amerika en tropisch Afrika, waarbij vooral zijn ontmoetingen met de volkeren van de Elgonji in West-Kenia en de Pueblo-indianen in Mexico van essentiële betekenis zouden worden voor zijn denken over de psychische gespletenheid van de westerse mens.

    Terug in Zwitserland aanvaardde Jung in 1933 een docentschap aan de Technische Hogeschool van Zurich – vanaf 1935 als bijzonder hoogleraar – waar hij tot 1942 mee doorging. Vanaf 1944 was hij actief als hoogleraar aan de Universiteit van Bazel. In datzelfde jaar zweefde Jung als gevolg van een ernstig hartinfarct op het randje van de dood; de visioenen die hij tijdens deze ervaring kreeg, oefenden een belangrijke invloed uit op zijn magnum opus, het Mysterium Coniunctionis, waarin hij het proces van psychische heelwording beschrijft aan de hand van geschriften uit de Alchemie.

    Gedurende zijn laatste levensjaren bleef Jung verder werken aan zijn theorie van het collectieve onbewuste en de betekenis van de religie voor de menselijke psyche. Verder sloot hij vriendschap met de Engelse priester Victor White, met wie hij diepgaande discussies had naar aanleiding van zijn interpretatie van het Bijbelboek Job.

    Op verzoek van zijn vele volgelingen was hij zelf nog betrokken bij de oprichting van het C.G.Jung Instituut door Marie-Louise von Franz, dat zijn psychologie zou gaan uitdragen. Jung overleed op 6 juni 1961 op 85-jarige leeftijd te Küsnacht, waar hij op 9 juni 1961 werd begraven.

Carl Rogers

    De derde basis onder de belevingspsychologie wordt gelegd door Carl R(ansom) Rogers, geboren op 8 Januari 1902 en overleden op 8 Februari 1987. Onze filosofie van Human Being Management is een uitbreiding en specifieke toepassing van zijn filosofie van de humanistische psychologie. Hij paste het principe van “onvoorwaardelijke waardering” toe dat, binnen de context van de belevingspsychologie, tot uiting komt in sessies met de ACT® meting in de voorwaarde dat “de Client altijd gelijk heeft”. Het is iemand volledig en onvoorwaardelijk aanvaarden “zonder zijn fundamentele waarden aan te tasten door een negatief oordeel”.

    centrum-voor-belevingspsychologie-carl-ransom-rogers

    Rogers heeft zijn opvattingen over de “groei van de persoonlijkheid” of zijn Rogeriaanse psychologie uiteengezet in tal van boeken en tijdschriftartikels. Aan de basis van zijn theorie over het menselijk gedrag liggen onder meer volgende stellingen:

    • Het individu is een subject en niet een object dat ontleed, beoordeeld en gemanipuleerd mag worden.
    • Het is belangrijker hoe de mens iets ervaart dan hoe het in werkelijkheid is. Of zoals Rogers het zei, “His experience is his reality”. Voor Rogers is de subjectieve wereld van een individu hier en nu belangrijker dan de objectieve werkelijkheid.

    Voor de behandelaar komt het erop aan de wereld door de ogen van de cliënt te zien; de gevoelens van de andere ervaren, terwijl men toch de nodige emotionele afstand bewaart (non-directief). Dit vormt de basis van zijn rogeriaanse therapie, beter bekend als de cliëntgerichte psychotherapie.

    Binnen de belevingspsychologie is deze vorm van therapie het sluitstuk van de reis die begon vanuit de start vanuit het gedachtegoed van Alfred Adler over Machtstreven (door de belevingspsycholoog meer fundamenteel beschreven als eigenwaarde) en Carl Jungs individuatie proces waarin de schaduw gezien wordt als tegenstelling die bewust mag worden.
    Rogers’ bijdrage ligt in het feit dat hij het Humanistische karakter heeft onderstreept: dat we mens-zijn en van daaruit zodanig kunnen groeien en ontwikkelen dat er heelheid ontstaat.
    Hij was één van de eerste die de mens accepteerde ongeacht hoe deze zich aan hem presenteerde. Ook moreel aanvechtbare situaties werden, vanuit zijn relatie met de cliënt , zonder oordeel aangehoord en als objectief gegeven aanvaard.
    Van daaruit heeft hij diverse stellingen geponeerd, waarvan we er hier enkele geven:

    • In sommige omstandigheden, als er helemaal geen bedreiging is voor de ik-structuur, kunnen inconsistente ervaringen waargenomen en onderzocht worden, en wordt de ik-structuur aangepast om dergelijke ervaringen te kunnen assimileren.
    • Als het individu al zijn zintuiglijke en inwendige waarnemingen kan integreren in één consistente ik-structuur, dan zal hij de anderen onvermijdelijk beter begrijpen, en hen als aparte individuen aanvaarden.
    • Naarmate een individu meer van zijn organische (betekenisvolle) ervaringen waarneemt en aanvaardt, zal zijn eigen waardensysteem, dat sterk berustte op de verinnerlijking van verwrongen symbolen, vervangen worden door een voortdurend veranderend waarderingsproces.

    Levensloop

    Rogers was de vierde van zes kinderen van zeer religieuze ouders. Aanvankelijk wilde hij predikant worden. Uiteindelijk verkreeg hij in 1931 een doctoraat in de psychologie in Colombia. Een twaalftal jaar werkte hij als clinicus in Rochester. De publicatie van zijn eerste boek was in 1939. Hij verkreeg een positie aan de Ohio State University in 1940, waar hij zijn therapiebehandeling toelichtte, en was president van de American Psychological Association van 1946 tot 1947. Zijn publicatie over de client-centered therapy dateert van 1951. Hij overleed in 1987 na een operatie voor een gebroken heup.

Inleiding

De belevingspsychologie, zoals deze door myHBMresearch wordt uitgedragen en verder onderbouwd, is niet alleen gebaseerd op bovenstaande drie personen. Er zijn velen geweest die hun basis gedachtegoed verder hebben onderbouwd door onderzoek en gedachte-experimenten.

Wij beschrijven hieronder een aantal personen dat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de belevingspsychologie. Deze lijst is verre van volledig en niet objectief. Wij, vanuit myHBM research, hebben een keuze gemaakt vanuit onze invalshoek; hoe wij vinden dat belevingspsychologie geïnterpreteerd mag worden. En dat is per definitie niet objectief. Wij streven naar een coherent en consistent beeld van de belevingspsychologie. Dit doen we zodanig dat de beschreven kenmerken, effecten, werkwijzen etc. zoveel mogelijk vanuit een wetenschappelijk kader verifieerbaar en falsifieerbaar zijn.

Verdere onderbouwing

Velen hebben een bijdrage geleverd aan de belevingspsychologische om de basis verder te verbreden en een steviger fundament te geven. We geven per schrijver/onderzoeker een beknopte samenvatting zijn/haar bijdrage aan een betere en meer fundamentele onderbouwing van de belevingspsychologie. Het spreekt voor zich dat dit als beschrijving van de totale bijdrage van de schrijver/onderzoeker onvolledig is. Voor een totaaloverzicht is het aan te raden de volledige werken van de betreffende schrijver tot je te nemen. Bovendien plaatsen wij het in het belevingspsychologisch kader zoals het zich, met de kennis van nu, laat beschrijven. Gebaseerd op Jung zeggen we “Dit is het beste wat ik kan leveren, ik sta open voor elke aannemelijke verbetering van mijn zienswijze”. We geven hier de diverse namen van hen die door hun werk hebben bijgedragen.

Roberto Assagioli

    Psychiater, 27 februari 1888 – 23 augustus 1974

    centrum-voor-belevingspsychologie-roberto-assagioli

    AANDACHTSGEBIED EN WERK

    Roberto Assagioli was arts, psychiater en psychotherapeut en de grondlegger van de psychosynthese, een model van de mens dat lichaam, geest en ziel omvat.
    Vanaf 1910 wees Assagioli op de beperkingen van het psychoanalytische concept: zo lang de mens alleen gezien wordt als afhankelijk van zijn biologische instincten kan hij slechts gedeeltelijk begrepen worden, maar niet in zijn totaliteit gezien. Het was Assagioli’s verlangen een wetenschappelijke psychologie te ontwikkelen die het bestaan van de ziel vreugde, zin, vervulling, creativiteit, liefde en wijsheid erkent, dus de hogere energieën en strevingen van het menselijk bestaan, en aan te tonen dat dit net zo zeer omvat als de impulsen, driften, en behoeften vanuit de vitale basis van de menselijke natuur.
    Een ander aspect van zijn psychologie handelt over het aspect wil. Hij onderscheidde de kundige wil, de goede wil en de transpersoonlijke wil. Vaak is deze echter niet vrijelijk beschikbaar maar onderontwikkeld dan wel eenzijdig gericht.

    In tegenstelling tot Freud, die zei: ‘Ik ben alleen geïnteresseerd in de kelder van de mens.’ was Assagioli geïnteresseerd in het hele gebouw. Hij besteedde veel meer aandacht aan het hogere onbewuste en aan de ontwikkeling van het transpersoonlijke Zelf. Hij zei: “Wij proberen een lift te bouwen die iemand toegang geeft tot elk niveau van zijn persoonlijkheid. Per slot van rekening is een gebouw met alleen een kelder erg beperkt. Wij willen het terras openen, waar je kunt zonnebaden of naar de sterren kijken”.

    BIJDRAGE VAN ASSAGIOLI AAN DE BELEVINGSPSYCHOLOGIE
    De belangrijkste bijdrage is verwoord in de psychosynthese: Zie de gehele mens in plaats van de afzonderlijke delen. Deze door Assagioli ontwikkelde synthese passen we toe in de HBM filosofie: de mens is meer dan zijn uiterlijk gedrag cq verschijningsvorm. In feite is de praktische vertaling van psychosynthese de in HBM gehanteerde Circle of Change. Psychosynthese zegt: Aandacht voor de persoonlijkheid (zelfreflectie), het intellect (bewustwording) het overstijgende ofwel het spirituele (beslisruimte) moeten harmonisch geïntegreerd worden in de diverse levensuitingen (verantwoordelijkheid).
    Ook zijn verkenning en beoordeling van het onbewuste zijn als leidraad gebruikt bij HBM en de toepassing van ACT®.
    We laten Assagioli zelf aan het woord: (Psychosynthese,hfst 3, blz 82)
    De psychoanalyse, waarin zo sterk de nadruk ligt op het onbewuste, begint gewoonlijk met het onderzoek van het onbewuste met behulp van haar specifieke technieken. – vrije associaties, interpretatie van dromen, etc. – teneinde de krachten vrij te maken, die in het onbewuste verdrongen zijn. Naar onze mening is het aan te raden om te beginnen met het inventariseren en evalueren van het bewuste aspect van de componenten van de persoonlijkheid […] omdat het noodzakelijk is voor iedere man of vrouw die bewust wil leven, dat hij of zij de componenten van de persoonlijkheid heel goed ziet – niet een vaag passief gewaar zijn, maar een weloverwogen beoordeling, evaluatie en begrip ervan, en ook een controle erover.

    Belevingspsychologie start daarom vanuit herkenning van de bewuste persoonlijkheid om daarna, via de verstoringen die zichtbaar/voelbaar worden in die bewuste persoonlijkheid het onbewuste verder te exploreren. Laag 1 van de ACT®-Meting speelt zich daarom af in het bewuste, is herkenbaar en ervaarbaar en kan getoetst worden door de juiste vraagstelling.

    Beroemd is ook zijn grafische weergave van de tegenstellingen zoals deze zijn overgenomen en worden gehanteerd in de Analytical Competence Tool (ACT®) maar dan in een meer uitgebreide en overstijgende vorm geïntegreerd in het model dat de basis vormt onder de ACT®_meting.

    BOEKEN
    Psychosynthesis. A Manual of Principles and Techniques.
    The Act of Will.
    Psychosynthesis: A Collection of Basic Writings.

James Hilmann

    Psychologist, April 12, 1926 – Oktober 27, 2011

    centrum-voor-belevingspsychologie-james-hillman

    AANDACHTSGEBIED EN WERK

    James Hilmann is de oprichter van de stroming rond Archetypal Psychology. De psyche kent, volgens Hillman, meerdere personificaties waarvan bijvoorbeeld het EGO er één van is. Zijn zwaartepunt, en daar wijkt hij af van Jung, was de ziel (the soul) van waaruit fantasie, mythevorming, metaforen etc aan ontspringen. In de analyse van dromen volgde hij deels Jung weer door te onderkennen dat “dromen ons vertellen waar we zijn, niet waar we heen moeten”. Hillman’s aanpak is fenomenologische (de ideële en begrijpbare kern van de verschijnselen die de mens direct kan vatten in zijn waarneming.) in plaats van analytische (die breekt de droom in de samenstellende delen) en interpretatieve/hermeneutische (de interpretatie van geschreven teksten), waardoor een droom “iets anders” dan wat het lijkt te zijn in de droom van het beeld. Zijn beroemde uitspraak met betrekking tot droom inhoud en proces is “Blijf bij het beeld.” Door de term ‘archetypal psychology’ te gebruiken zet hij, volgens critici, iedereen op het verkeerde been want hij bedoelt ‘imaginal psychology’ omdat het gebaseerd is op Hillman zijn eigen verbeelding (imagination). Neemt niet weg dat zijn theoretische beschouwingen over beelden belangrijke onderleggers zijn van Jung theorie van Archetypische beelden (overigens een term die Shopenhauer als eerste gebruikte).

    BIJDRAGE VAN HILMANN AAN DE BELEVINGSPSYCHOLOGIE
    Personificatie met meerdere delen van jezelf is een belangrijk element in belevingspsychologisch opzicht. Het is de complextheorie van Jung gebaseerd op meerdere bronnen in onszelf als archetypisch wezen.

    Filmfragment:

    BOEKEN

    Archetypal Psychology
    Anima: An Anatomy of a Personified Notion.
    The Myth of Analysis: Three Essays in Archetypal Psychology.

Abraham Maslow

    Psycholoog. 1 April 1908 – 8 Juni 1970

    centrum-voor-belevingspsychologie-abraham-maslow

    AANDACHTSGEBIED EN WERK

    Maslow ontwikkelde in de jaren 60 van de vorige eeuw de humanistische psychologie, ook wel bekend als de Third Force Psychology of de theorie van de toenemende behoefte. Maslow ziet de mens als een uniek gemotiveerd individu met een brede waaier drijfveren. Om zich als gezonde persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen moeten, volgens Maslow, een aantal fundamentele menselijke behoeften minimaal bevredigd zijn. Al deze fundamentele behoeften zijn aangeboren.
    Het komt er op neer dat elk mens een bepaalde behoeftenopbouw, de zogenaamde piramide van Maslow of behoeftenhiërachie van Maslow, doorloopt; je voldoet eerst aan je basisbehoeften, voordat je aan meer luxe, minder noodzakelijk behoeften kunt voldoen. Pas indien je aan alle ontberingsbehoeften (de eerste 3 bullits) voldaan hebt, kun je aan zelfactualisatie gaan doen en ben je psychisch gezond.

    De basisbehoeften bestaan uit

    • Primaire biologische behoeften, ook wel fysieke behoeften (eten, drinken, kleding, onderdak)
    • Bestaanszekerheid (behoefte aan lichamelijke veiligheid)
    • Sociale behoefte (er bij horen, saamhorigheid, liefde)
    • Erkenning (zelf-imago, reputatie, eigendunk, zelfrespect)
    • Zelfactualisatie (zelfverwezenlijking, doen wat je roeping is)
    • Transcendentale behoeften.

    BIJDRAGE VAN MASLOW AAN DE BELEVINGSPSYCHOLOGIE

    Maslow heeft vanuit zijn Humanistische Psychologie bijgedragen aan de kennis rondom het waarde en behoefte systeem van de mens. Waar Adler het machtsstreven benoemde heeft Maslow naast zijn aandacht op de ontberingsbehoeften (Voedsel, veiligheid, liefde) ook de individuele menselijke ontwikkelingsbehoeften beschreven. Dit heeft de belevingspsychologie als deel van het kennishuis overgenomen en draagt bij aan de onderbouwing van ACT®. Zelfrespect, zelfverwezenlijking zijn basiselementen in HBM en de onderliggende toepassingen. In de Circle of change komen veel van Maslows ideeën terug waar het gaat om zelfactualisering.

    BOEKEN

    A theory of Human Motivation.
    Motivation and Personality.
    Religions, Values and Peak-experiences.
    Eupsychian Management.
    The Psychology of Science.
    Toward a Psychology of Being.
    The Farther Reaches of Human Nature.

Erich Neumann

    Psycholoog, Januari 23, 1905 – November 5, 1960

    centrum-voor-belevingspsychologie-erich-neumann

    AANDACHTSGEBIED EN WERK

    Erich Neumann’s bijdrage ligt in het feit dat hij de opbouw van het bewuste heeft beschreven als zijnde voortkomend uit het onbewuste. Het EGO differentieert zich in verschillende fases meer en meer van het onbewuste en begint uiteindelijk het onbewuste als dreiging te zien. De differentiatie is compleet als het EGO zich als een eigenstandig bewustzijn presenteert, onafhankelijk van het onbewuste. Hij werd overigens stevig bekritiseerd in zijn aanname dat bewustzijn volgens zijn definitie een masculien karakter heeft.

    HET BELANG VAN NEUMANN VOOR DE BELEVINGSPSYCHOLOGIE

    Belevingspsychologie gaat uit van het onbewuste van de mens als basis voor zijn bewuste handelingen. Neumann heeft dit uitgewerkt in zijn boek “The Origins and History of Consciousness” vanuit mythologische verhalen en eigen onderzoek. Daarmee legde hij, net als Jung, een meer fundamentele basis onder de aanwezigheid van de onbewuste aansturing en het effect daarvan op ons gedrag en handelen in de praktische wereld van alledag.
    De wil en ik-wilskracht vanuit het gedachtegoed van Neuman hebben en plek gekregen binnen de belevingspsychologie in relatie tot de ontbrekende ik-wil en de waarde die aan het Zelf wordt toegekend. Daarmee wordt een relatie gelegd met A. Adler en zijn theorie van het machtsstreven ofwel, zoals het binnen de belevingspsychologie benoemd wordt, als -Eigenwaarde-. Dit alles geldt als startpunt voor de ontwikkeling van de mens tot werkelijke volwassenheid.

    In 1949 schreef Neumann in zijn boek ‘Depth Psychology and a new ethic’:
    A historical consciousness which is able to survey the development of mankind as a whole is bound to recognise that the highest endeavour of the human species has always been devoted to the creation of the individual. The Community of Free Individuals is the next goal of evolution, still remote, but already visible on the horizon.
    Het is het vergezicht dat hij zag, direct na de tweede wereldoorlog, dat mensen, als ze meer een vrij individu zouden zijn, nieuwe ethische normen en dus grenzen zouden zien en aangeven. Human Being Management (HBM) is geheel gericht op die individualiteit met de bijbehorende verantwoordelijkheid.

    BOEKEN

    The Origins and History of Consciousness. (Ursprungsgeschichte des Bewußtseins).
    Depth Psychology and a New Ethic (Tiefenpsychologie und neue Ethik)
    The Great Mother.
    The Child.
    Art and the Creative Unconscious
    Mensch und Kultur im Übergang.
    Zur Psychologie des Weiblichen.